Nicotine is de werkzame stof in tabak. Tabak wordt gemaakt uit de gedroogde bladeren van Nicotiana, de tabaksplant. De tabaksplant heeft grote groene bladeren.
Om de smaak te bepalen worden de bladeren, nadat zij zijn gesneden, vermengd met andere soorten tabak. Naast bestrijdingsmiddelen worden smaak- en geurverbeteraars toegevoegd zoals suikerstroop, honing of pepermunt. Tabak wordt gerookt als sigaret, in een pijp of sigaar, maar kan ook worden gesnoven of gepruimd.

De gevolgen van roken

Nicotine komt via de longen in het bloed. In eerste instantie prikkelt het de zenuwcellen.
Vervolgens worden de zenuwcellen verdoofd. Iedere gebruiker kan de werking van nicotine anders ervaren. Zo kan het geestelijk een rustgevende werking hebben, of kun je het gevoel hebben je beter te kunnen concentreren. Tabak is een verslavend middel. De lichamelijke verslaving is niet zo groot, maar de geestelijke verslaving aan roken is zeer groot. Je hebt namelijk steeds meer nodig om hetzelfde effect te behalen.

Als je verslaafd bent aan roken is er sprake van korte er lange termijn gevolgen:

• Effecten korte termijn: opwekkend, trillende handen, snelle hartslag, hoesten, koude vingers en tenen, irritaties aan de ogen,
• Gevolgen lange termijn: slechte conditie, kans op hart- en vaatziekten, bronchitis, kanker.

Bij het roken van tabak krijg je verschillende schadelijke stoffen binnen. De belangrijkste daarvan zijn nicotine, koolmonoxide en teer.

Nicotine verruwt de wanden van de bloedvaten waardoor vettige stoffen als cholesterol blijven kleven. De vaten vernauwen en bloed stroomt minder goed waardoor de hartslag moet versnellen om het lichaam van voldoende zuurstof te voorzien. Hierdoor stijgt de bloeddruk. Vaatziekten als een beroerte of een hartinfarct kunnen het gevolg zijn. Naast hart en bloedvaten reageren ook de maag, de darmen en de nieren op nicotine. Rokers hebben 70% meer kans om te overlijden aan een ziekte aan een van de kransslagaders van het hart.

Koolmonoxide ontstaat bij de verbranding van tabak. Het zorgt ervoor dat zuurstof minder goed aan rode bloedcellen gebonden wordt met een verminderd zuurstoftransport tot gevolg. Teer zorgt ervoor dat de trilhaartjes in de luchtwegen minder bewegen. Hierdoor vermindert het zelfreinigend vermogen van de longen en luchtwegen.