Alcohol is de werkzame stof in verschillende dranken zoals bier, wijn en jenever maar ook in mixdranken en shooters. Het gebruik en de verkoop van alcoholhoudende dranken is legaal. De verkoop van zwakalcoholhoudende dranken aan jongeren onder de 16 jaar is verboden. Voor sterke drank geldt een minimumleeftijd van 18 jaar.

Alcohol is een middel met een verdovende werking. Het is vanwege een aantal effecten en risico's vergelijkbaar met drugs. Er zit alcohol in bier, wijn en gedistilleerde dranken zoals jenever, maar ook in mixdranken. Alcoholhoudende dranken zijn onder meer te koop bij slijters, in supermarkten, horecagelegenheden en aan de bar van verenigingen met een horecavergunning.

De werking van alcohol

Alcohol wordt in het bloed opgenomen door de maag en de darmen. Via de bloedbaan komt alcohol overal in je lichaam terecht. Doordat alcohol een verdovende werking heeft, heeft het vooral effect op de overdracht van signalen in zenuwen en hersenen. Hoe meer alcohol iemand in korte tijd drinkt, hoe hoger de concentratie in het bloed en hoe groter de effecten. Hoe hoger het percentage van de alcoholconcentratie, des temeer effect het geeft. Een ander verschil in effect is te zien bij mensen die regelmatig drinken. Het lichaam went binnen korte tijd aan alcohol. Daarom heb je al snel meer alcohol nodig om bepaalde effecten weer te bereiken. Maar het lichaam went niet aan alle effecten; het negatieve effect van alcohol op het reactievermogen blijft bijvoorbeeld onverminderd optreden.

Het effect van alcohol is niet bij iedereen hetzelfde. Dat heeft onder andere te maken met lichaamsgewicht en het vochtgehalte in het lichaam. Hoe minder vocht, hoe meer effect alcohol heeft: de concentratie in het bloed stijgt dan sneller. Iemand van 50 kilo heeft minder vocht in zijn of haar lichaam dan iemand van 100 kilo en ondervindt dus veel eerder het effect van alcohol. Alcohol heeft daarom ook sneller effect bij vrouwen, want zij zijn gemiddeld lichter van gewicht en hebben bovendien naar verhouding minder lichaamsvocht dan mannen.

Alcohol verlaat het lichaam weer grotendeels doordat de lever het afbreekt. De afbraak van de alcohol van 1 consumptie duurt ongeveer anderhalf uur. Dit afbraakproces is niet te versnellen, ook niet met bijvoorbeeld koffie of een snack. Het maakt niet uit of iemand bier of bijvoorbeeld jenever heeft gedronken. Het percentage alcohol van jenever is weliswaar veel hoger, maar een jeneverglas is veel kleiner. In elk standaardglas zit ongeveer 10 gram pure alcohol.

Als alcohol op de nuchtere maag wordt gedronken komt het eerder en directer in de bloedbaan dan wanneer er voedsel in de maag zit; de alcoholconcentratie in het bloed stijgt dus sneller, het effect is dan ook groter.

De gevolgen van alcohol

Alcohol kan afhankelijk van je gebruik verslavend zijn. Bij sociaal gebruik (dit is gebruik met bijvoorbeeld vrienden in de kroeg of bij je sportvereniging, waarbij gemiddeld 3 alcoholische drankjes gedronken worden) kan er sprake zijn van matige geestelijke afhankelijkheid, bij intensief gebruik (structureel gebruik van alcohol met grotere hoeveelheden, meer dan 3 glazen) van grote geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid.

Als je verslaafd bent aan alcohol heb je te maken met korte termijn en lange termijn gevolgen:

• Effecten korte termijn: verdovend en ontremmend, aantasting beoordelings- en reactievermogen, sentimentaliteit, agressie, zelfoverschatting, onverschilligheid, aantasting van motoriek en spraak,
• Gevolgen lange termijn: ernstige schade aan de lever, hersenen, hart en maag bij overmatig gebruik.

Belangrijk: Gevaar bij combinatie met andere middelen, zoals slaapmiddelen.

Als alcohol met mate wordt gedronken, schaadt dat de gezondheid niet. Dagelijks 1 tot 2 glazen voor vrouwen en 2 tot 3 glazen voor mannen is niet ongezond. Dagelijks drinken verhoogt wel het risico op gewenning. Daarom is het goed om 2 dagen per week geen alcohol te drinken.

Overmatig gebruik kan tot diverse problemen leiden:

• Het kan beschadigingen veroorzaken aan het maagslijmvlies, de lever en de hersenen,
• Als iemand veel heeft gedronken neemt de kans op ongelukken toe. Mensen worden bovendien sneller agressief met een flinke slok op,
• Mensen die zeer regelmatig veel alcohol drinken, lopen op langere termijn meer risico op leveraandoeningen en op diverse vormen van kanker aan onder meer mond, keel, slokdarm, maag, lever en darmen,
• Alcohol kan voor sociale problemen zorgen. Ontremd gedrag tegenover partner, vrienden of collega's kan leiden tot irritaties en ruzies met als gevolg relatiebreuken en verlies van werk of woning, het
• Korte-termijngeheugen kan aangetast worden. Dit kan leiden tot het Korsakov-syndroom of tot alcoholdementie

Andere risico's zijn:

• Drinken tijdens de zwangerschap kan leiden tot een kleinere herseninhoud en een lager geboortegewicht van de baby. Bij veel drinken tijdens de zwangerschap kan een ernstige geboorteafwijking ontstaan die bepalend is voor de rest van het leven,
• De combinatie van alcohol met verdovende drugs, stimulerende middelen of slaap- en kalmeringsmiddelen is gevaarlijk omdat al deze middelen elkaars werking kunnen versterken.

Herkennen van een alcoholverslaving

Gewenning en verslaving aan alcohol ontstaan geleidelijk. Het begint met af en toe teveel drinken tot regelmatig doorzakken. Dat maakt het herkennen van probleemgebruik moeilijk. Er is sprake van misbruik als iemand ongeacht de omstandigheden voortdurend alcohol gebruikt, terwijl dat gebruik problemen veroorzaakt of verergert. Als iemand zichzelf herhaaldelijk in gevaar brengt (autorijden onder invloed bijvoorbeeld) is er ook sprake van misbruik.
Belangrijke aanwijzingen voor probleemgebruik zijn:

• Alcohol nodig hebben om te kunnen ontspannen, om in een andere stemming te komen, om een bepaalde angst te overwinnen of zenuwen tot bedaren te brengen,
• Niet genoeg hebben aan 1 of 2 glazen, maar dagelijks meer drinken en vaak situaties opzoeken waar alcohol gedronken wordt, 
• Wel willen stoppen of proberen om overdag niet te drinken, maar daar niet in slagen,
• Snel en gulzig drinken, stiekem drinken, vaak naar drank ruiken en kauwgom eten om de dranklucht te verbergen,
• Zonder alcohol ontwenningsverschijnselen krijgen als trillende handen, transpireren en slecht slapen,
• Vaak ruzie maken over drank met gezinsleden,
• Foutjes maken op het werk of regelmatig verzuimen,
• Vaker onder invloed deelnemen aan het verkeer.

Stoppen met drinken

Je twijfelt over het stoppen of minderen van je alcoholgebruik. Zet voor jezelf eens op een rijtje wat je wilt. Je wilt:

• Helemaal stoppen met drinken,
• Minder drinken,
• voorkomen dat je weer terugvalt in overmatig drinken,
• Een periode stoppen met drinken en daarna matig drinken,
• Eerst proberen minder te drinken, maar als dat niet lukt helemaal stoppen met drinken

Wat je wilt, beslis je zelf. Het is belangrijk dat je achter je keuze staat: dat vergroot de kans op succes.

Als je twijfelt dan kan jij je aanmelden voor internetbehandeling. Je hoeft niet direct te veranderen. Pas na het advies van je hulpverlener - na vijf contacten - maak je de keuze wat je gaat doen aan je drinkgewoonte.

Er is geen pasklaar antwoord op de vraag wat gemakkelijker is: stoppen met drinken of juist minderen. Soms is het eenvoudiger om eerst een periode - bijvoorbeeld drie maanden -helemaal niet te drinken. Daarmee raak je namelijk die ingesleten gewoonte kwijt.

Het is ook niet zomaar te zeggen wat de beste manier is, maar wanneer je direct medisch gevaar loopt doordat je alcohol drinkt dan is de keuze duidelijk: meteen stoppen!

je hebt een lange periode probleemloos matig gedronken (sporadisch 2 á 3 alcoholische drankjes).

Vaak is matig drinken moeilijker dan helemaal stoppen, soms ook niet. Je moet zelf kiezen wat het beste voor je werkt en je kunt desnoods een periode gewoon iets uitproberen.
Kortom: gewoon doen!