Faalangst betekent letterlijk dat je bang bent om te falen of te mislukken. Het is dus angst die optreedt als je iets moet doen waarbij je een prestatie moet leveren en waarbij je kunt mislukken. Faalangst kan ontstaan doordat je ouders jou teveel druk opleggen bij bijvoorbeeld je huiswerk. Sommige ouders zijn zo ongeduldig en verwachten hoge eisen van hun kind dat ze druk op het kind leggen om beter te presteren.

Angst om te mislukken uit zich bijvoorbeeld in zaken als bang zijn voor een proefwerk, om een spreekbeurt te houden, een vraag te stellen in de klas, iets voor te dragen voor de klas, examenvrees e.d. Faalangst gaat meestal samen met zaken als verlegenheid, geremdheid, snel blozen, de ogen neerslaan als een ander naar je kijkt e.d. Faalangst hangt nauw samen met het zelfbeeld dat je over jezelf hebt.

Faalangst staat meestal niet alleen, maar gaat dikwijls gepaard met angst voor mensen. Dit noem je sociale angst. Je bent dan bang om met anderen om te gaan, iets aan iemand te vragen, nee te zeggen als iemand wat wil lenen of een beroep doet op hulp, een vraag te stellen.

Er zijn twee soorten faalangst, namelijk positieve en negatieve faalangst:

• Positieve faalangst (0- 25%):
Deze vorm van faalangst is eigenlijk geen echte faalangst. Bij deze vorm van faalangst ga je juist beter functioneren dan je normaal doet. De mouwen worden opgestroopt en je valt aan! Daarbij verwacht je wel resultaat.

• Negatieve faalangst (25- 75%):
Er is een minderwaardigheidsgevoel op dit punt. Je klapt zogezegd dicht, je hebt hartkloppingen. Hierbij ben je vrijwel zeker van de ondergang en zou je weg willen vluchten, maar je kunt niet wegvluchten. Je moet doorvechten met de moed der wanhoop, omdat je weet dat het waarschijnlijk mis zal gaan.

Wanneer je spreekt van ‘verlamd’ zijn (75- 100%), is er zodanig veel paniek en onzekerheid dat je niet meer kan handelen.

Verhelpen van faalangst

Vaak zijn er op jouw school diverse mogelijkheden om faalangst op te lossen. Vraag bij jouw docent of vertrouwenspersoon wat hier de mogelijkheden van zijn.

Angst

Iedereen is wel eens bang, maar als de angst je functioneren beperkt, of sterker nog, je leven bepaalt, dan spreken we van een angststoornis. Er zijn in Nederland 800.000 mensen voor wie angst zo’n hoge invloed heeft, dat we spreken van een stoornis. Op zich is er niets te merken aan deze mensen in de zin van uiterlijk of voorkomen. Onder jouw directe kennissenkring kunnen zelfs enkele personen in meer of mindere mate last hebben van deze stoornis. Voor hen is het leven van alledag een uitdaging. Men kan de angst hebben voor de meest alledaagse zaken en dat kan zich op vele manieren uiten.

Angststoornissen

Angst is een normale reactie op een dreigend gevaar. Je kunt bang zijn voor wezenlijk gevaar (van buiten) of voor vermeend gevaar (van binnen). Wezenlijk gevaar is bijvoorbeeld als je aangevallen wordt door een hongerige leeuw, vermeend gevaar is bijvoorbeeld de angst om te falen.

Angst heeft, net als pijn, een belangrijke functie. Pijn is een signaal van het lichaam dat aangeeft dat je rust moeten nemen zodat het kan herstellen. Angst is een signaal dat je juist in beweging moet komen om het gevaar te bestrijden (vechten) of juist ontlopen (vluchten). Hierdoor gaat het hart bijvoorbeeld sneller kloppen (hartkloppingen), de ademhaling gaat sneller (“hyperventilatie”) en veel bloed gaat naar spieren die gebruikt worden om te kunnen rennen (warm worden).

Bezorgdheid is ook een normaal verschijnsel. Iedereen is immers wel eens bezorgd als er daartoe aanleiding bestaat, bijvoorbeeld wanneer er een dreiging is wanneer je blijven zitten op school. Wanneer er echter sprake is van een langere tijd buitensporige angst en bezorgdheid spreken we van een gegeneraliseerde angststoornis (overmatige bezorgdheid). Ongeveer 350.000 Nederlanders hebben een gegeneraliseerde angststoornis. Het begin ligt meestal tussen de twintig en veertig jaar. In een groot Nederlands onderzoek onder volwassenen van 18-64 jaar bleek de lifetime-prevalentie (proportie van mensen in een populatie die ooit een gegeneraliseerde angststoornis hebben gehad) 2,3% (bij vrouwen 2,9%, bij mannen 1,6%).

Kenmerken

De gegeneraliseerde angststoornis wordt gekenmerkt door een diffuse (vage), niet reële en onredelijke angst in combinatie met een bezorgdheid of ongerustheid zonder duidelijke aanleiding. Je voelt je bedreigd, ongemakkelijk, onrustig en je hebt constant angstige voorgevoelens over dreigend onheil. Je maakt je in feite dus constant wel ergens druk over.

Naast overmatige angst en bezorgdheid heeft men in wisselende mate last van klachten zoals:

• Rusteloosheid of geïrriteerd zijn,
• snel vermoeid zijn,
• moeite met concentreren,
• prikkelbaarheid,
• verhoogde spierspanning,
• slaapproblemen.

Oorzaken
Een verklaring voor het ontstaan bestaat niet, er bestaan wel allerlei theorieën. Hoogstwaarschijnlijk is er sprake van een samenspel van diverse factoren, zoals een bepaalde biologische gevoeligheid, bepaalde karaktereigenschappen, psychosociale factoren, vervelende gebeurtenissen in je leven en tenslotte ervaringen in je vroege jeugd.

Angststoornissen zijn goed te behandelen met cognitieve gedragstherapie of medicijnen (antidepressiva). Soms is een combinatie van beiden het beste.